Onderwijs
Samen aan het bed
Als dokters, verpleegkundigen en verloskundigen in hun opleiding vaker samen aan het bed staan, levert dat betere zorgprofessionals op. “We kunnen elkaar goed aanvullen”, zeggen de ‘IPE’ers’ op de kraamafdeling.
Tekst: Jasper Enklaar - Foto: Martijn Gijbertsen
Femke heeft net Charissa overhoord, Mariam luistert met een half oor en zit ondertussen wat administratie te doen. Zomaar een scène op de leerwerkplekkamer op de kraamafdeling. Zelf noemen ze die kamer het ‘IPE-hok’. Verloskundige-in-opleiding Femke van Blerk, coassistent Charissa de Herdt en verpleegkundige-in-opleiding Mariam Oufafa delen een week lang een werkplek op H4 (locatie AMC) en zorgen gezamenlijk voor hun patiënten. Dat de een de ander overhoort voor een aanstaand mondeling - en dat ze daar alle drie wat van opsteken - is een bijkomend voordeel van de periode dat ze met z’n drieën samen optrekken in het kader van de interprofessionele educatie, IPE in de wandelgangen.
“We kunnen goed op elkaar terugvallen”, zegt Charissa, “En onze stukjes kennis samenvoegen tot een geheel.” Want ieder brengt zijn eigen achtergrond mee, vindt ook Femke. “IPE vind ik daarom echt een toevoeging.” Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om praktische vaardigheden in de zorg en aan het bed, waar Mariam weer veel meer ervaring mee heeft. “Zo kunnen we elkaar goed aanvullen”, zegt zij op haar beurt.
Bouwsteen voor de toekomst
Zo’n tien jaar geleden begonnen de faculteit geneeskunde van de UvA en de HvA het IPE-programma. Vincent Geukers was daar vanaf het begin bij betrokken. In verschillende blokken leren studenten van vijf verschillende zorgopleidingen (verpleegkunde, fysiotherapie, oefen-therapie, ergotherapie en geneeskunde) elkaars kennisdomein en expertise kennen. “Interprofessioneel werken en daarmee ook interprofessioneel opleiden is echt een bouwsteen voor de toekomst”, vindt Geukers. “Niet alleen vanuit de visie dat we het samen moeten doen. Het is ook pure noodzaak, gezien de zorgvraag die op ons afkomt: veel oudere patiënten met meerdere ziekten tegelijkertijd, waarbij verschillende expertises nodig zijn. Dan is het efficiënter als je dat interprofessioneel met elkaar afstemt. Dat zullen we bovendien met een kleinere workforce moeten doen. En daarom moeten we in investeren in de nieuwe generatie, willen we de zorg hanteerbaar houden.”
F
‘Je krijgt meer begrip voor elkaar’
Gemengde groepen
Alle studenten hebben in de verschillende jaren van hun opleiding wel een IPE-onderdeel, waarbij ze in gemengde groepen aan de slag gaan. Aan de hand van casussen bespreken ze de protocollen en richtlijnen die ze vanuit hun eigen achtergrond inbrengen. “Dan zien ze wat ze in hun team misschien missen, waar overlappingen zitten, waar je elkaar kunt helpen, maar ook waar je elkaar in de weg kunt zitten. In een latere fase kijken ze of je iets kunt doen - of juist laten - waardoor de ander beter tot zijn recht komt en je als team sterker wordt.”
Zo laat je studenten samenwerken met anderen, die een andere ‘taal’ spreken, over andere kennis beschikken en andere competenties hebben. Op die manier vult IPE volgens Geukers een leemte binnen de ‘monoprofessionele’ opleidingen.
Van elkaar leren
In de laatste fase krijgt zo’n interprofessioneel team de daadwerkelijke verantwoordelijkheid voor een patiënt. Zoals Femke, Charissa en Mariam op de kraamafdeling. Zij worden begeleid door verpleegkundige Christel Hoogerbrug. “In principe is het net als de begeleiding voor de verpleegkundige-in-opleiding. Nu nemen we ook de coassistent en de verloskundige-in-opleiding mee in de dagelijkse zorg voor de patiënten. Ik stuur als coach soms een beetje, maar zij dragen samen de zorg voor de patiënt. Het idee is dat de studenten van elkaar leren en samen klinisch redeneren. Ik stel de vraag, zij gaan het oplossen.” Volgens Christel is het vooral voor co’s een leerzame periode, “Want ik denk dat artsen in het algemeen niet heel goed zicht hebben op wat een verpleegkundige allemaal doet. Wij zijn de ogen aan het bed voor de dokter. Zonder onze observaties ben je nergens als dokter. Via IPE krijg je wat meer begrip voor elkaars rol en inbreng in de zorg.”
Onlangs heeft Geukers bij zijn VU-collega’s een presentatie gegeven over het IPE-programma van de UvA. “We hebben de wens uitgesproken dat we steeds meer met elkaar gaan samenwerken op het gebied van interprofessioneel leren, ook al in de vooropleidingen. De ambitie is er zeker om dat Amsterdam UMC-breed toe te passen.” •
Onderwijs
Samen aan het bed

Als dokters, verpleegkundigen en verloskundigen in hun opleiding vaker samen aan het bed staan, levert dat betere zorgprofessionals op. “We kunnen elkaar goed aanvullen”, zeggen de ‘IPE’ers’ op de kraamafdeling.
Tekst: Jasper Enklaar - Foto: Martijn Gijbertsen
Gemengde groepen
Alle studenten hebben in de verschillende jaren van hun opleiding wel een IPE-onderdeel, waarbij ze in gemengde groepen aan de slag gaan. Aan de hand van casussen bespreken ze de protocollen en richtlijnen die ze vanuit hun eigen achtergrond inbrengen. “Dan zien ze wat ze in hun team misschien missen, waar overlappingen zitten, waar je elkaar kunt helpen, maar ook waar je elkaar in de weg kunt zitten. In een latere fase kijken ze of je iets kunt doen - of juist laten - waardoor de ander beter tot zijn recht komt en je als team sterker wordt.”
Zo laat je studenten samenwerken met anderen, die een andere ‘taal’ spreken, over andere kennis beschikken en andere competenties hebben. Op die manier vult IPE volgens Geukers een leemte binnen de ‘monoprofessionele’ opleidingen.
Van elkaar leren
In de laatste fase krijgt zo’n interprofessioneel team de daadwerkelijke verantwoordelijkheid voor een patiënt. Zoals Femke, Charissa en Mariam op de kraamafdeling. Zij worden begeleid door verpleegkundige Christel Hoogerbrug. “In principe is het net als de begeleiding voor de verpleegkundige-in-opleiding. Nu nemen we ook de coassistent en de verloskundige-in-opleiding mee in de dagelijkse zorg voor de patiënten. Ik stuur als coach soms een beetje, maar zij dragen samen de zorg voor de patiënt. Het idee is dat de studenten van elkaar leren en samen klinisch redeneren. Ik stel de vraag, zij gaan het oplossen.” Volgens Christel is het vooral voor co’s een leerzame periode, “Want ik denk dat artsen in het algemeen niet heel goed zicht hebben op wat een verpleegkundige allemaal doet. Wij zijn de ogen aan het bed voor de dokter. Zonder onze observaties ben je nergens als dokter. Via IPE krijg je wat meer begrip voor elkaars rol en inbreng in de zorg.”
Onlangs heeft Geukers bij zijn VU-collega’s een presentatie gegeven over het IPE-programma van de UvA. “We hebben de wens uitgesproken dat we steeds meer met elkaar gaan samenwerken op het gebied van interprofessioneel leren, ook al in de vooropleidingen. De ambitie is er zeker om dat Amsterdam UMC-breed toe te passen.” •
‘Je krijgt meer begrip voor elkaar’
Femke heeft net Charissa overhoord, Mariam luistert met een half oor en zit ondertussen wat administratie te doen. Zomaar een scène op de leerwerkplekkamer op de kraamafdeling. Zelf noemen ze die kamer het ‘IPE-hok’. Verloskundige-in-opleiding Femke van Blerk, coassistent Charissa de Herdt en verpleegkundige-in-opleiding Mariam Oufafa delen een week lang een werkplek op H4 (locatie AMC) en zorgen gezamenlijk voor hun patiënten. Dat de een de ander overhoort voor een aanstaand mondeling - en dat ze daar alle drie wat van opsteken - is een bijkomend voordeel van de periode dat ze met z’n drieën samen optrekken in het kader van de interprofessionele educatie, IPE in de wandelgangen.
“We kunnen goed op elkaar terugvallen”, zegt Charissa, “En onze stukjes kennis samenvoegen tot een geheel.” Want ieder brengt zijn eigen achtergrond mee, vindt ook Femke. “IPE vind ik daarom echt een toevoeging.” Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om praktische vaardigheden in de zorg en aan het bed, waar Mariam weer veel meer ervaring mee heeft. “Zo kunnen we elkaar goed aanvullen”, zegt zij op haar beurt.
Bouwsteen voor de toekomst
Zo’n tien jaar geleden begonnen de faculteit geneeskunde van de UvA en de HvA het IPE-programma. Vincent Geukers was daar vanaf het begin bij betrokken. In verschillende blokken leren studenten van vijf verschillende zorgopleidingen (verpleegkunde, fysiotherapie, oefen-therapie, ergotherapie en geneeskunde) elkaars kennisdomein en expertise kennen. “Interprofessioneel werken en daarmee ook interprofessioneel opleiden is echt een bouwsteen voor de toekomst”, vindt Geukers. “Niet alleen vanuit de visie dat we het samen moeten doen. Het is ook pure noodzaak, gezien de zorgvraag die op ons afkomt: veel oudere patiënten met meerdere ziekten tegelijkertijd, waarbij verschillende expertises nodig zijn. Dan is het efficiënter als je dat interprofessioneel met elkaar afstemt. Dat zullen we bovendien met een kleinere workforce moeten doen. En daarom moeten we in investeren in de nieuwe generatie, willen we de zorg hanteerbaar houden.”
F